Bidden om vrede
Half oktober kwam het nieuws dat president Trump weer een deal gesloten heeft. Rusland gaat diesel leveren aan de Verenigde Staten. Trump hoopt dat de prijs van diesel dan omlaag gaat in de VS. Wie weet lukt het op die manier een verkiezingsnederlaag te voorkomen in de maand november. Dat de oorlogskas van Poetin op die manier gespekt wordt zal hem een zorg zijn. Dat Oekraïne wordt platgebombardeerd is volgens Trump immers de schuld van president Zelensky. Die laat de oorlog maar voortduren.
Helpt het nog om, oog in oog met zulke brutale leugens, zoveel machtswellust, in de kerk te bidden om vrede? Er zijn mensen die het drei-gen op te geven, zoals de steun voor Oekraïne bij sommige mensen ook begint af te nemen. Toch hoop ik dat we het volhouden, in de kerk en buiten de kerk, om uit te kijken naar een toekomst waarin de vrede het wint van het geweld, de liefde een langere adem blijkt te hebben dan de haat. Juist in deze dagen laat ik me inspire-ren door een gelijkenis die Jezus ver-telt en die ons is doorgegeven in Lukas 18:1-8
Hij vertelde hun een gelijkenis over de noodzaak om altijd te bidden en niet op te geven.
‘Er was eens een rechter in een stad die voor God geen ontzag had en zich van de mensen niets aantrok. Er woonde ook een weduwe in die stad, die steeds weer naar hem toe ging met het verzoek: “Doe mij recht in het geschil met mijn tegenstander.” Maar lange tijd wilde hij dat niet doen. Tenslotte zei hij bij zichzelf: Ook al heb ik voor God geen ontzag en trek ik me van de mensen niets aan, toch zal ik die weduwe recht verschaffen omdat ze me last bezorgt. Anders blijft ze eindeloos bij me komen en vliegt ze me nog aan.’ Toen zei de Heer: ‘Luister naar wat deze rechter zegt, al minacht hij ook het recht. Zal God dan niet zeker recht verschaffen aan zijn uitverkore-nen, die dag en nacht tot Hem roe-pen? Hij hoort hen immers geduldig aan. Ik zeg jullie dat Hij hun spoedig recht zal verschaffen. Maar als de Mensenzoon komt, zal Hij dan geloof vinden op aarde?’
Geloven is niet gemakkelijk. Geloven vraagt om volharding, juist in tijden zoals wij die nu beleven. We kunnen natuurlijk ook bedenken dat het niet voor het eerst is, dat we tijden van oorlog en geweld meemaken. Halverwege de vorige eeuw was het geweld nog veel dichter bij huis. Veel ouderen weten dat maar al te goed. Ook aan dat kwaad kwam een eind.
Maar die relativering helpt misschien maar een beetje. Al dat nieuws van over de hele wereld komt nu immers onze huiskamers binnen. Het lijkt of het allemaal nog veel erger is dan vroeger. Met nadruk: het lijkt alleen maar zo. Maar het kan wel op ons drukken. Daarom is er ander nieuws nodig. Goed nieuws. Nieuws dat de Bijbel ons kan bieden, keer op keer. We kunnen alleen volharden in hoop en gebed wanneer we ons laten voeden. Zoals in een oud verhaal uit de Joodse traditie. Om te onthouden en door te vertellen.
Er was eens een klein Joods stadje, dat erg afgelegen was. Maar alles wat de mensen nodig hadden was er: een badhuis, een begraafplaats, een synagoge, een school, een ziekenhuis en een rechtbank. Er waren ook allerlei handwerkslieden. Er was maar één beroep dat ontbrak: ze hadden geen klokkenmaker. In de loop van de jaren gingen de klokken zo ongelijk lopen dat niemand meer precies wist hoe laat het was. De meeste mensen hielden op met hun klok op te winden, ze keken er niet meer naar om. Een paar mensen echter vonden dat de klokken, zolang ze nog liepen, niet verwaarloosd mochten worden. En dus wonden ze iedere dag trouw hun klok op, ook al wisten ze dat hij niet de juiste tijd aangaf. Toen, op een goede dag, verspreidde zich het nieuws dat er een klokkenmaker in de stad was gekomen. Iedereen haastte zich zijn klok te halen en bij de klokkenmaker te brengen. Maar alleen de klokken die al die jaren waren opgewonden, kon hij nog repareren. De andere waren verroest.
Carel van der Meij