» » » Brief van de maand “januari”

Brief van de maand “januari”

Geplaatst in: Nieuws | 0

Beste lezer,

U leest nu de eerste brief  de maand van het jaar 2017. Behorend bij de maand januari. En ook al geloof ik niet meer in goede voornemens, nou ja, ik geloof er wel in, maar het schort bij mij een beetje aan de uitvoering…..  Toch heb ik altijd wel het gevoel om in januari met een schone lei te kunnen beginnen. Het gevoel te kunnen beginnen met een schone lei, dat past ook bij onze tijd in het kerkelijke jaar.

Ook al ligt het kerstfeest, waarbij we vierden dat het kindje Jezus is geboren in een stal in Bethlehem, dat Gods liefde voor ons zo groot was dat Hij zijn enige Zoon naar ons toestuurde, al weer een paar weekjes achter ons, we zitten nog steeds wel in de kersttijd. Want de zondagen van Epifanie, waar we nu in zitten, horen immers ook bij de kerstcyclus. Het feest van Epifanie zelf is op 6 januari. Dan wordt Mattheus 2 gelezen, over de drie wijzen uit het oosten die een ster hebben gezien en op zoek gaan naar het konings­kind. Ze komen uit in een stal, waar ze Jozef en Maria vinden met hun pasgeboren zoon Jezus. Ze brengen hem daar in die stal geschenken die bij een koning passen; goud, wierook en mirre.

Epifanie betekent: Jezus verschijnt onder de mensen.
Stukje voor stukje wordt ons duidelijk wie Jezus is. Wat hij gaat betekenen voor de mensen. De wijzen zijn op zoek naar een koning. En ze vinden een koning, maar een andere dan ze verwachtten. Zo wordt al duidelijk dat Jezus iemand is die je niet had verwacht. Die je zal verrassen. Door wat hij doet en wat hij zegt. De zondag na Epifanie lezen we uit Mattheus 3: lezen we over de doop van de Heer. Dan wordt het duidelijk dat Jezus Gods geliefde Zoon is. In wie God vreugde vindt.johannes-de-doper-3

Terwijl Jezus in Nazaret woont, treedt Johannes de Doper op in de woestijn van Judea. Hij vertelt de mensen dat ze zich moeten bekeren, want het koninkrijk van de hemel is dichtbij. En hij had gehoor. Veel mensen kwamen bij hem en lieten zich door hem dopen in de Jordaan. Daarbij moest het hele lichaam onder water. Zodat dat helemaal schoongewassen was. Want Johannes verkondigde de boodschap van bekering en verlos­sing van alle zonden door de doop. Je moest eerst tot inkeer komen, je zonden belijden, en daarna werd je gedoopt. Je zonden werden zo door het water letterlijk van je afge­spoeld.

Water staat voor leven, maar water kan ook heel bedreigend zijn, dan staat het voor dood. Als je onder water bent en je hebt geen lucht meer dan is water heel eng. Je wilt dan maar een ding en dat is boven komen. Zo was ook de doop van Johannes de Doper. Je moest door het water heen om dan weer boven te komen en het leven te ervaren. Nieuw leven, want het oude leven was van je afgespoeld. Een nieuw leven voor het aangezicht van God. Tot vreugde van God.

Dan staat Jezus tussen de mensen die gedoopt willen worden door Johannes. Hij staat tussen de mensen die tot inkeer, tot berouw zijn gekomen. Die hun zonden willen afwassen in de rivier. Johannes probeert Jezus tegen te houden. Hij zegt tegen Jezus: “Ik zou door u gedoopt moeten worden, en dan komt u naar mij?”
En dat is het verrassende van Jezus. Hij gaat het menselijke met de daarbij behorende imperfecties en barsten niet uit de weg. Hij zoekt het juist op. Hij zoekt de mensen op die er voor anderen niet meer toe doen. Door wat ze zijn of door wat ze doen. Hij gaat met hen mee, kopje onder. En komt met hen weer boven. Hij geeft ze een nieuw leven. Laat hen weer met een schone lei beginnen.

Epifanie, het is een feest waar we niet zoveel mee doen, maar nu ik me er wat meer in verdiep zie ik de waarde ervan in. Stukje voor stukje wordt duidelijk wie Jezus is. Wat hij vermag.
Hij is naar ons toegekomen om ons een nieuwe kans te geven. En dan niet alleen in de kersttijd, maar elke dag weer opnieuw. De kans om steeds weer met een schone lei te beginnen.

Mijn voornemen voor dit jaar, en de komende jaren, is om die kans te grijpen. Om met een schone lei te beginnen. Te leven tot vreugde voor God!

Met een hartelijke groet,

pastor Henriëtta van Gosliga

 

Geplaatst: 18 januari 2017