
Goede voornemens
De eerste weken van het nieuwe jaar zal het met veel goede voornemens waarschijnlijk net zo gaan als met de vuurpijlen in de nieuwjaarsnacht: er worden er heel veel afgeschoten, maar je kan er maar kort van genieten. Het enige dat je terugvindt is de rommel die je de volgende ochtend op straat ziet liggen. U merkt het al: ik ben niet zo’n liefhebber van vuurwerk. Maar van al die goede voornemens word ik ook een beetje moe. Ik vraag me altijd af: wordt het nieuwe jaar daar nou lichter van, of leggen we onszelf daarmee alleen maar een last op, die we het nieuwe jaar in moeten dragen?
Begrijp me goed, ik heb er niets op tegen wanneer mensen zich voornemen een nieuwe weg in te slaan, hun leven op een beter spoor te krijgen. Maar wat is de motivatie achter dat voornemen? Ik ben bang dat veel goede voornemens gedreven worden door een onheilig ‘moeten’. Er moeten prestaties geleverd worden omdat de samenleving dat van mensen eist. Mensen moeten zich aanpassen aan de standaard. We moeten allemaal vitaal zijn, actief, jeugdig (niet iedereen kan jong zijn, natuurlijk, maar je kunt jong ‘doen’) en sportief. Als je daar niet aan meedoet, kun je al snel het gevoel krijgen dat je niet meer meetelt. Het kan zelfs gebeuren dat je het gevoel krijgt dat mensen op je neer kijken. En vaak is dat meer dan een gevoel. Vaak is dat gewoon zo.
Laat ik een praktisch voorbeeld geven. Regelmatig komt er in het nieuws een bericht voorbij over mensen die te kampen hebben met overgewicht. Dat is een lastig probleem waar een mens niet gemakkelijk van af komt. En het wordt alleen maar moeilijker door de reacties die mensen vaak krijgen. Mensen met overgewicht merken dat er op hen neergekeken wordt. Dat ze dom gevonden worden. Gelukkig zijn er ook mensen zo dapper dat ze daar tegenop komen. Ze willen dat er een einde komt aan het brandmerken van mensen met overgewicht, al moet daar tegenwoordig natuurlijk een Engelse term voor komen: fat shaming. En gelijk hebben ze. Want als je de last van minachting op je schouders voelt, kom je nooit van je overgewicht af. Tegen die last wegen geen duizend goede voornemens op.
We redden het volgens mij niet met goede voornemens. Als dat de diepste laag van onze motivatie is komen we tekort. Ons leven moet ergens anders een fundament vinden. En daar speelt naar mijn overtuiging het geloof in God een wezenlijke rol in ons leven. Het draait er om dat we ons ten diepste in liefde aanvaard weten. Dat is de boodschap die het Evangelie ons keer op keer influistert. Aan die liefde mogen we ons toevertrouwen. Dat kan de rust en het vertrouwen in ons leven brengen die we nodig hebben om iets in ons leven te veranderen. Het kan ons ook helpen om te aanvaarden dat we niet volmaakt zijn. Dat niet al onze voornemens tot succes leiden. Dat we kwetsbaar zijn en vaak mistasten in ons leven. Maar dat tast de liefde van God niet aan.
Het besef dat we liefde nodig hebben als de basis van ons leven helpt ons hopelijk af van een opgeblazen zelfbeeld. We hoeven de aandacht niet meer zo nodig op onszelf te richten. Door het vertrouwen dat God ons in liefde aanvaardt kunnen we onszelf accepteren zoals we zijn, én kunnen we ook beter een ander in liefde aanvaarden. Met alle sterke én zwakke kanten die we nu eenmaal allemaal in ons meedragen. We mogen er zijn. Ik hoop dat dat vertrouwen ons leven zal dragen in 2026.
Carel van der Meij
Geplaatst: 2 januari 2026